Nieuws

Wie mag bij een echtscheiding in de echtelijke woning blijven wonen?

Wie mag bij een echtscheiding in de echtelijke woning blijven wonen?

Een veel voorkomende – en terechte – vraag is welke echtgenoot tijdens de echtscheidingsprocedure in de echtelijke woning mag blijven wonen. In geval van mede-eigendom hebben beide echtgenoten evenveel recht om in de woning te verblijven. De ene partij kan de ander niet eenzijdig van het medegebruik uitsluiten. Een eigenaar mag bijvoorbeeld niet het slot van de gemeenschappelijke woning vervangen, waardoor de ander geen toegang meer heeft tot die woning.  

Als de thuissituatie niet langer houdbaar is, verdient het – zoals meestal - de voorkeur om in overleg afspraken te maken over het gebruik van de woning. Een van de echtgenoten kan de woning verlaten of de echtgenoten kunnen om en om in de woning verblijven om voor de kinderen te zorgen. Dit wordt ‘birdnesting’ genoemd.

Als het niet lukt om met elkaar tot een regeling te komen, dan kan de rechter een beslissing nemen over de vraag wie voorlopig in de woning mag blijven wonen. De rechter maakt hierbij een afweging van alle belangrijke omstandigheden, waaronder:

  • De wijze waarop de zorg voor de kinderen is verdeeld (waarbij als uitgangspunt wordt genomen dat de kinderen voorlopig in hun vertrouwde omgeving blijven wonen);
  • De financiële mogelijkheden om de woning na de echtscheiding in eigendom te verkrijgen
  • De vraag wie het meest aan de woning is gebonden, bijvoorbeeld door de aanwezigheid van een kantoor/praktijk aan huis of de omstandigheid dat de woning is aangepast aan de fysieke beperkingen van een van de echtgenoten;
  • de kans om elders onderdak te vinden.

Deze tijdelijke situatie kan in beginsel voortduren tot 6 maanden na de officiele scheidingsdatum.   Houdt er rekening mee dat de vertrekkende echtgenoot gedurende deze periode kan vragen om een financiële vergoeding als compensatie voor het gebruik van zijn/haar deel van de woning.

Op langere termijn speelt bij de beantwoording van de vraag wie in de woning mag blijven wonen, vooral de financiële situatie van de echtgenoten een rol. Afgezien van de keuze om de woning enkele jaren onverdeeld te laten (let op fiscale consequenties!) kan de woning worden toegedeeld aan de echtgenoot die de volledige eigendom van de woning a) wil overnemen en b) kan financieren.  Meestal wordt als voorwaarde voor een dergelijke toedeling afgesproken dat de hypotheekgever de vertrekkende echtgenot(e) moet hebben ontslagen uit zijn/haar hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheek. Als geen van de echtgenoten belangstelling heeft voor het aanhouden van de woning, dan zal deze worden verkocht aan derden.

Zit u in een echtscheiding en wilt u elders opnieuw beginnen of vindt u dat uw echtgeno(o)t(e) de woning moet verlaten, denk dan goed na over de consequenties, o.a. ten aanzien van de zorg voor de kinderen en op financieel gebied.  Onze ervaren advocaten denken graag met u mee!

Gepubliceerd op