Nieuws

Partneralimentatie, kindgebonden budget en alleenstaande ouderkop

Partneralimentatie, kindgebonden budget en alleenstaande ouderkop

Tel je bij de vaststelling van partneralimentatie het kindgebonden budget en de alleenstaande ouderkop nu wel of niet op bij het inkomen van de alimentatiegerechtigde?

De Hoge Raad heeft op 7 juli 2017 eindelijk duidelijkheid gegeven.

Op 1 januari 2015 trad de Wet hervorming kindregelingen in werking. De alleenstaande ouderkorting en de aanvullende alleenstaande ouderkorting werden vervangen door het kindgebonden budget, met een alleenstaande ouderkop. Daarna was het lange tijd onrustig in alimentatieland. De verschillende rechtbanken en hoven pasten, bij de berekening van de kosten van de kinderen en de verdeling daarvan over de ouders, de nieuwe wet anders toe.

Dit leidde ertoe dat het hof Den Haag in 2015 prejudiciële vragen aan de Hoge Raad stelde, waaronder de vraag of het kindgebonden budget van de behoefte van het kind af moest worden getrokken of juist bij het inkomen van de betreffende ouder moest worden opgeteld. Dit laatste dus in verband met de bepaling van de draagkracht van de betreffende ouder. Beide ouders moeten immers naar rato van hun draagkracht bijdragen in de kosten van de kinderen. Op 9 oktober 2015 gaf de Hoge Raad duidelijkheid: het kindgebonden budget, inclusief de alleenstaande ouderkop, diende bij de berekening van de draagkracht van de ouder bij het inkomen van die ouder opgeteld te worden. Voor korte tijd keerde de rust en ook de uniform iteit in de rechtspraak terug.Tot de volgende discussie oplaaide, en nu over de vaststelling van de hoogte van de partneralimentatie in de situatie waarbij de alimentatiegerechtigde een kindgebonden budget ontvangt, al dan niet met alleenstaande ouderkop. Moet het kindgebonden budget als inkomen worden beschouwd en volledig in aanmerking worden genomen (zoals de Expert Groep Alimentatienormen adviseerde) bij het bepa len van de partneralimentatie, of moet het gezien worden als een overheidsbijdrage van aanvullende aard, waardoor het volledig buiten beschouwing wordt gelaten (deels de lijn van gerechtshof Den Haag). De hoven volgden het advies van de Expert Groep Alimentatienormen, met uitzondering van het gerechtshof Den Haag. Dit hof stelde vervolgens wederom prejudiciële vragen aan de Hoge Raad, nu dit in het kader van de rechtszekerheid noodzakelijk was. Op 7 juli 2017 heeft de Hoge Raad antwoord gegeven (ECLI:NL:HR:2017:1273) :

"Bij het kindgebonden budget is sprake van een overheidsbijdrage van aanvullende aard, waarvan het karakter meebrengt dat die bijdrage buiten beschouwing moet worden gelaten bij het vaststellen van de behoefte van de alimentatiegerechtigde aan een uitkering tot levensonderhoud op de voet van art. 1:157BW."

De Hoge Raad gaat nog verder en overweegt in alinea 3.4.4 van de uitspraak dat het voorgaande niet anders wordt ingeval de hoogte van het kindgebonden budget het aandeel van de alimentatiegerechtigde in de kosten van de kinderen overtreft (en die kosten voor het overige door de andere ouder worden gedragen). Omdat het kindgebonden budget ertoe strekt bij te dragen in de kosten van kinderen en het inkomen van de alleenstaande ouder met het oog op die kosten te ondersteunen, dient de bijdrage ook geheel voor dat doel te worden aangewend. Dus ook wanneer het kindgebonden budget hoger is dan het aandeel van de ontvangende ouder in de kosten van de kinderen . Volgens de Hoge Raad is dat gerechtvaardigd omdat zowel de kosten van kinderen, als het aandeel van ouders daarin (het laatste op basis van het netto gezinsinkomen ten tijde van het uiteengaan van de ouders) forfaitair plegen te worden vastgesteld en de werkelij ke kosten hoger kunnen zijn.

De uitkomst van deze uitspraak is dat een alimentatiegerechtigde uiteindelijk een hoger besteedbaar inkomen kan hebben, dan de huwelijks gerelateerde behoefte, doordat met het kindgebonden budget geen rekening gehouden wordt. Voor de al imentatieplichtige zal dit als onredelijk ervaren kunnen worden.

Wat nu als uw partneralimentatie niet is vastgesteld conform de uitspraak van de Hoge Raad? De verwachting is dat deze uitspraak dan als wijziging van omstandigheden gebruikt kan worden om de hoogte van de partneralimentatie opnieuw aan de orde te stellen . De gerechtshoven Arnhem-Leeuwarden, Amsterdam en Den Bosch en de rechtbanken in die arrondissementen, volgden sinds 2015 de lij n van de Expertgroep Alimentatienormen. De Hoge Raad heeft nu dus met die lijn gebroken. Wanneer in een van deze arrondissementen na 2015 de partneralimentatie door de rechter is vastgesteld en de alimentatiegerechtigde aanspraak heeft op een kindgebonden budget, zal dus waarschijnlijk om een bijstelling naar boven van de partneralimentatie gevraagd kunnen worden.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de advocaten van Van Hilten .

Gepubliceerd op