Nieuws

Mogen ouders bij het maken van afspraken over kinderalimentatie nu wel of niet een niet-wijzigingsbeding overeenkomen?

Mogen ouders bij het maken van afspraken over kinderalimentatie nu wel of niet een niet-wijzigingsbeding overeenkomen?

Als je samen kinderen hebt, staat het je vrij om zelf te bepalen hoeveel geld je besteedt aan de kinderen. Gaan de ouders uit elkaar, dan moeten zij afspraken maken over de verdeling van de kosten van de kinderen. Lukt dat niet, dan zal de rechter bepalen wat de bijdrage van iedere ouder in de kosten van het levensonderhoud van de kinderen zal zijn. De rechter zal de hoogte van de bijdrage vaststellen aan de hand van de wettelijke maatstaven van behoefte en draagkracht. Er bestaat een vaste formule voor de berekening van de gemiddelde kosten van de kinderen (behoefte) en de bijdrage die iedere ouder daarin moet leveren (draagkracht). Indien de kinderalimentatie door de rechtbank wordt vastgesteld, dan geldt dat ouders zich bij gewijzigde omstandigheden altijd weer opnieuw tot de rechter kunnen wenden om een wijziging van de vastgestelde bijdrage te vragen.

Als partijen zelf afspraken maken over de hoogte van ieders bijdrage in de kosten van de kinderen, komt het geregeld voor dat zij bewust afwijken van de wettelijke maatstaven, dus bewust een andere bijdrage vaststellen dan volgens de wettelijke maatstaven van behoefte en draagkracht zou gelden. Tevens wordt dan vaak overeengekomen dat de afspraak niet of slechts onder beperkte omstandigheden kan worden gewijzigd. Het is  de vraag of dergelijke afspraken wel rechtsgeldig zijn.

Bij partneralimentatie mag het wel!

De wet biedt in art. 1:159 BW de mogelijkheid om een niet-wijzigingsbeding op te nemen ten aanzien van een afspraak over alimentatie. Dit artikel staat echter in titel 9 van boek I. Deze bepalingen hebben uitsluitend betrekking op partneralimentatie en niet op kinderalimentatie. Partijen mogen dus ten aanzien van partneralimentatie in elk geval wel een (beperkt) niet-wijzigingsbeding opnemen. In de titel van het BW waarin algemene bepalingen zijn opgenomen die ook betrekking hebben op kinderalimentatie, ontbreekt een met art. 1:159 BW vergelijkbare regeling. Recent heeft echter de rechtbank Den Haag in een uitspraak van 19 april 2018 bepaald dat de regels van art. 1:159 lid BW naar analogie voor de wijziging van gemaakte afspraken over kinderalimentatie gelden als partijen bewust en juist geïnformeerd zijn afgeweken van de wettelijke maatstaven. (ECLI:NL:RBDHA:2018:5357). Je zou denken dat hiermee de kous af is, maar dat is toch niet het geval.

Kinderalimentatie is van openbare orde

Anders dan partneralimentatie wordt kinderalimentatie in de jurisprudentie geacht van openbare orde te zijn. In de zaak die heeft geleid tot het arrest HR 6 april 2012 heeft de AG geconcludeerd dat juist de rechter altijd kan afwijken van een partijafspraak m.b.t. kinderalimentatie, ook als er geen gewijzigde omstandigheden zijn, omdat kinderalimentatie van openbare orde is. De Hoge Raad heeft zich er toen niet over uitgelaten omdat het arrest op andere gronden is afgedaan. In een arrest van 17 mei 2013 lijkt de Hoge Raad de ouders weldegelijk te houden aan een niet wijzigingsbeding. Zolang ouders maar geen nihilbeding overeenkomen ten aanzien van kinderalimentatie lijken zij op grond van dit arrest gehouden te worden aan hun afspraken omtrent niet-wijziging en kunnen zij de afspraken niet meer doorbreken. In navolging van dit arrest heeft de RB Noord Nederland op 12 november 2014 (ECLI:NL:RBNNE:2014:5453) geoordeeld dat ouders rechtsgeldig een niet-wijzigingsbeding mochten overeenkomen, zolang de totale bijdrage voor de kinderen maar niet onder de wettelijke maatstaven uitkomt. Recenter heeft Hof Arnhem echter in een beschikking van 8 juni 2017 (ECLI:NL:GHARL:2017:4859) gesteld dat een niet-wijzigingsbeding ten aanzien van kinderalimentatie op gespannen voet staat met art. 1:400 lid 2 BW en dat de openbare orde, in het bijzonder het belang van het kind, eraan in de weg staat dat een niet-wijzigingsbeding wordt afgesproken ten aanzien van kinderalimentatie. Hof Arnhem achtte het niet-wijzigingsbeding om die reden nietig. En nu dus de uitspraak van de rechtbank Den Haag waarin ouders weer wel gehouden werden aan hun afspraken waarbij zij bewust zijn afgeweken van de wettelijke maatstaven.

Mag het nu wel of niet?

Rode draad in de hierboven besproken uitspraken lijkt te zijn dat van belang is of de kinderen door de gemaakte afspraken tekort kunnen komen. In dat geval zou er sprake kunnen zijn van strijd met de openbare orde. Een (beperkt) niet-wijzigingsbeding waarbij partijen overeenkomen dat de alimentatie niet mag worden verlaagd, of waarbij de bijdrage van bijvoorbeeld de vader niet mag worden verlaagd, ook al vindt de moeder later ook een baan, lijken meer kans van slagen te hebben. Zolang er maar (meer dan) voldoende draagkracht is van één of van beide ouders om in de kosten van de kinderen te kunnen blijven voorzien. Het is nu aan de Hoge Raad om hier duidelijkheid over te geven. Tot die tijd kan niet gegarandeerd worden dat de gemaakte afspraken ook gehandhaafd kunnen worden. Laat u dus goed informeren over de gevolgen alvorens u tot definitieve afspraken hierover komt. Al onze advocaten kunnen u hierover adviseren.

Marijke Overmars

 

Gepubliceerd op