Nieuws

Mijn ouders hebben mij tijdens leven schenkingen gedaan: telt deze schenking mee bij de erfenis?

Mijn ouders hebben mij tijdens leven schenkingen gedaan: telt deze schenking mee bij de erfenis?

Op dit moment kan er door een ouder jaarlijks belastingvrij een bedrag van 5.363,- geschonken worden. Wanneer het gaat om de aankoop van een huis en/of verbouwing kan maximaal € 100.800,- belastingvrij geschonken, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Van deze regeling wordt veel gebruik gemaakt.

Wanneer u bij leven schenkingen heeft ontvangen van (één van) uw ouders, dan kan het zijn dat deze schenkingen invloed hebben op de omvang van uw erfdeel. Of dat het geval is, hangt af van de voorwaarden waaronder u deze schenking(en) heeft ontvangen. Hieronder ga ik daar nader op in.

Het begrip ‘schenking’

De schenking is geregeld in de artikelen 175 t/m 185 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. De schenking wordt hier als volgt omschreven:

            ‘Schenking is de overeenkomst om niet, die ertoe strekt dat de ene partij, de

            schenker, ten koste van eigen vermogen de andere partij, de begiftigde, verrijkt’

Om juridische gezien te kunnen spreken van een ‘schenking’ moet er dus sprake zijn van: (i) een overeenkomst, (ii) een schenking ‘om niet’, (iii) een verarming aan de kant van de schenker en een verrijking aan de kant van de begiftigde en (iv) vrijgevigheid/er moet een bevoordelingsbedoeling zijn.

In de praktijk wordt al vrij snel aangenomen dat sprake is van een overeenkomst. Hiervoor hoeft bijvoorbeeld dus niet persé sprake te zijn van een schriftelijke overeenkomst. Een overeenkomst is ‘om niet’ als een prestatie verschuldigd is (de schenking) zonder dat daartegenover een tegenprestatie staat van degene die de schenking ontvangt (de begiftigde).

De verplichting tot inbreng

Een verplichting tot inbreng betekent dat bij de verdeling van de nalatenschap de waarde van de gift (een formele schenking is altijd een gift) in mindering komt op het aandeel van de begiftigde dat hem/haar als erfgenaam in de nalatenschap toekomt. Deze inbreng heeft tot gevolg dat de nalatenschap fictief hoger uitvalt.

De waarde van de gift wordt als een voorschot op het erfdeel aangemerkt maar wanneer de gift(en) groter is dan het erfdeel, dan leidt dat niet tot een terugbetalingsverplichting aan de nalatenschap. Een voorbeeld: kind 1 heeft een bedrag geschonken gekregen van € 100.000,- mét een verplichting tot inbreng. Na overlijden bedraagt het saldo van de nalatenschap € 200.000,-, welk bedrag fictief vermeerderd moet worden met de schenking van € 100.000,-. Het fictieve saldo van de nalatenschap bedraagt dan € 300.000,-. Wanneer er twee erfgenamen zijn (waaronder kind 1), dan bedraagt het erfdeel van kind 1 € 150.000,- op welk bedrag de in te brengen gift nog in mindering gebracht moet worden. Kind 1 erft dan € 50.000,-. Het restant ad € 150.000 (€ 200.000 -/- € 50.000) is voor erfgenaam 2.  

Er bestaat alleen een verplichting tot inbreng indien deze bij de gift of bij testament is voorgeschreven. Giften aan kinderen zijn dus echte giften, tenzij bij de gift of testament is bepaald dat de betreffende gift moet worden ingebracht. Overigens kan bij testament, wanneer in de schenkingsovereenkomst een verplichting tot inbreng is opgenomen, de verplichting tot inbreng weer ongedaan gemaakt worden. 

Wilt u meer weten over de verplichting tot inbreng of heeft u naar aanleiding van het voorgaande vragen? Neemt u dan vrijblijvend contact met een van onze advocaten op. Wij staan u graag te woord.

 

Gepubliceerd op