Nieuws

Hoe om te gaan met schenkingen en erfenissen bij echtscheiding

Hoe om te gaan met schenkingen en erfenissen bij echtscheiding

Op 1 januari 2018 is de Wet beperking gemeenschap van goederen in werking getreden. Voor echtgenoten die na 1 januari 2018 zijn gehuwd, geldt op grond van het nieuwe artikel 1:94 lid 2 BW dat erfenissen en schenkingen niet meer in de (beperkte) gemeenschap van goederen vallen en bij echtscheiding dus niet hoeven te worden gedeeld. Bent u voor 1 januari 2018 gehuwd, dan blijft echter de oude wet voor u gelden bij echtscheiding. Bent u in gemeenschap van goederen gehuwd dan vallen erfenissen en schenkingen in principe in de gemeenschap van goederen, tenzij de schenker of erflater een uitsluitingsclausule heeft gemaakt.

Probleem bij deze regeling altijd geweest dat buitenlandse erflaters en buitenlandse schenkers hier vaak niet op bedacht zijn. Het Nederlandse stelsel is internationaal bezien een vreemde eend in de bijt en om die reden is het nu ook aangepast. Vooruitlopend op de nieuwe wetgeving zijn er in de jurisprudentie een paar interessante uitspraken gedaan waarmee de verkrijger van de buitenlandse schenking of erfenis kan proberen onder de gevolgen van de gemeenschap van goederen uit te komen.  

Italiaanse erfenis (HR 17 feb. 2017)

In 2017 deed de Hoge Raad een opmerkelijke uitspraak. In een zaak waarin krachtens een Italiaans testament Italiaans onroerend goed werd verkregen, overwoog de Hoge Raad dat hoewel het onroerend goed in de gemeenschap van goederen valt, er tóch ruimte is voor een correctie op basis van de redelijkheid en de billijkheid als dit tot onaanvaardbare gevolgen leidt. Wanneer er zoal sprake kan zijn van onaanvaardbare gevolgen, is ook door de Hoge Raad aangegeven. Op de eerste plaats speelt een rol dat op de nalatenschap vaak buitenlands recht van toepassing is en dat buitenlandse recht kent het bestaan van een uitsluitingsclausule niet. Vast moet ook komen te staan dat het niet de wil van de erflater/schenker kan zijn geweest om de erfenis in de gemeenschap te laten vallen. Voorts is van belang of de erflater/schenker op de gevolgen van het Nederlandse recht bedacht geweest kon zijn. Tot slot speelt een rol de vraag of de verkrijger/echtgenoot die voorafgaand aan het huwelijk een erfenis/schenking krijgt, de gevolgen van boedelmening had kunnen voorkomen door bijvoorbeeld huwelijkse voorwaarden af te sluiten. Op dit laatste punt lijkt het in de Italiaanse zaak mis te zijn gegaan. De Italiaanse vrouw die in Nederland met een Nederlandse man huwde, had namelijk de erfenis al verkregen voordat zij trouwde. Het had dus op haar weg gelegen om op huwelijkse voorwaarden te trouwen als zij de erfenis buiten de gemeenschap van goederen had willen houden.

Spaanse erfenis (Hof Den Haag 20 sept. 2017)

In een zaak met een Spaanse erfenis heeft het Hof Den Haag voornoemde criteria van de Hoge raad toegepast ten aanzien van een Spaanse nalatenschap die een in Nederland gehuwde Spaanse vrouw van haar Spaanse moeder had ontvangen tijdens haar huwelijk. Bij de echtscheiding heeft de vrouw aannemelijk kunnen maken dat zij en haar moeder niet op de hoogte waren van de Nederlandse regeling. Zij meenden dat het voldoende was dat Spaans recht van toepassing is op de nalatenschap en het Spaanse recht kent geen uitsluitingsclausule. Ook vond het hof het aannemelijk dat de moeder van de vrouw ook niet kon weten welke vermogensrechtelijke gevolgen verbonden waren aan het internationale huwelijk van haar moeder, omdat dat als te ingewikkeld voor haar nooit aan de orde is geweest. Onder deze omstandigheden achtte het hof het in strijd met de redelijkheid en de billijkheid als de nalatenschap tussen partijen bij helfte gedeeld moet worden. Dit werd aldus opgelost dat de erfenis weliswaar op grond van de wet in de gemeenschap van goederen valt, maar dat de vrouw een vergoedingsrecht heeft op de gemeenschap ter hoogte van het aandeel dat anders haar ex zou toekomen.

Russische erfenis (Hof ’s-Hertogenbosch 9 nov. 2017)

In deze zaak werd krachtens toepasselijk Russische erfrecht het recht van erfpacht op een appartement verkregen door een vrouw die naar het toepasselijke Nederlands huwelijks vermogensrecht in gemeenschap van goederen gehuwd was. Het Hof ’s-Hertogenbosch oordeelde dat uit voormeld arrest van de Hoge Raad niet volgt dat alléén aan de redelijkheid en de billijkheid mag worden getoetst. En dat er geen plaats meer zou zijn voor toetsing aan het Europees Verdrag voor de rechten van de Mens (“EVRM”). Naar Russisch recht is het namelijk niet goed mogelijk om een uitsluitingsclausule te maken. De erflater zou dan een (Nederlandse) uiterste wilsbeschikking moeten maken. Het stellen van een dergelijke voorwaarde achtte het Hof –bovendien- in strijd met het discriminatieverbod van art. 14 EVRM en het 1e en 12e Protocol.

Australische erfenis (Hof Arnhem-Leeuwarden 17 april 2018)

Vorige maand ging het Hof Arnhem-Leeuwarden veel korter door de bocht bij een erfenis die een in Nederland in gemeenschap van goederen gehuwde vrouw had ontvangen van haar Australische peetoom. Omdat de oom in zijn testament de zin “ for her own use and benifit absolutely” had toegevoegd aan de making aan de vrouw, hetgeen niet echt nodig is naar Australisch recht omdat erfenissen daar altijd tot het privévermogen van de erfgenaam behoren, had het hof hier uit opgemaakt dat het duidelijk de wil van de erflater is geweest de erfenis bij uitsluiting aan de vrouw te laten toevallen. Aldus werd er door het hof een uitsluitingsclausule in gelezen en viel de erfenis niet in de gemeenschap van goederen.

Neem het zekere voor het onzekere

Voor schenkers en erflaters is nu de situatie ontstaan dat voor verschillende verkrijgers verschillende regels gelden, e.e.a. afhankelijk van eventuele internationale aspecten als ook afhankelijk van de vraag of de verkrijgers voor of na de wetswijziging van 1 jan. 2018 zijn gehuwd. Het kan behoorlijk onduidelijk kan zijn of een schenking/erfenis nou wel of niet alleen de verkrijger toekomt of ook diens in gemeenschap van goederen gehuwde ex. Informeer mogelijke schenkers/erflaters dat er voor de zekerheid toch nog steeds het beste uitsluitingsclausules opgenomen kunnen worden als het de bedoeling is om de verkrijging buiten de gemeenschap te laten vallen. Een uitsluitingsclausule is vormvrij en is eenvoudig gemaakt. Een vermelding bij de overboeking volstaat al. Een briefje achteraf (maar nog vóór de scheiding) volstaat eveneens.

Wilt u meer over dit onderwerp weten, neemt u dan vrijblijvend contact met een van onze advocaten op. Wij staan u graag te woord.

Marijke Overmars

Gepubliceerd op