Nieuws

De scheidende ondernemer en de gang naar de Ondernemingskamer

De scheidende ondernemer en de gang naar de Ondernemingskamer

Wanneer echtgenoten die samen een eigen bedrijf hebben gaan scheiden, dan leert de praktijk dat dat het begin kan zijn van een moeizaam en gecompliceerd traject. Wanneer echtgenoten tijdens of voor het huwelijk op basis van gelijkheid (50/50 zeggenschap) een onderneming zijn begonnen, kan tijdens een echtscheiding een impasse ontstaan doordat de zeggenschap in de onderneming op 50/50 basis tussen de echtgenoten is verdeeld. Een zogenaamde ‘deadlock’ ligt op de loer, met soms vervelende en kostbare consequenties. Deze impasse belemmert namelijk de noodzakelijke besluitvorming en kan daarmee grote schade aan de onderneming veroorzaken. Bijvoorbeeld met betrekking tot de waarde van de onderneming. Hoe kan een dergelijke impasse worden doorbroken?

De Ondernemingskamer

In de eerste plaats moet bij een impasse bekeken worden of partijen hierover nadere afspraken hebben gemaakt. Bijvoorbeeld in een aandeelhouders- of vennootschapsovereenkomst of de statuten. Is hierin geen bruikbare regeling opgenomen en kunnen er niet in onderling overleg (werkbare) afspraken gemaakt worden, dan is een gang naar de rechter onvermijdelijk. Voor het doorbreken van de impasse zijn er dan twee mogelijkheden: het starten van een kort geding en/of een enquêteprocedure bij de Ondernemingskamer. In deze blog ga ik in op de enquêteprocedure bij de Ondernemingskamer.

De enquêteprocedure

Bij veel mensen bestaat het beeld dat de Ondernemingskamer in het bijzonder bedoeld is voor grote (beursgenoteerde) ondernemingen waarbij vaak gedacht wordt aan  spraakmakende procedures bij de Ondernemingskamer rondom bijvoorbeeld AkzoNobel en ABN AMRO. Maar niets is minder waar. Bij de Ondernemingskamer worden namelijk juist (ook) veel procedures gevoerd waarbij kleine en middelgrote ondernemingen zijn betrokken. Een procedure bij de Ondernemingskamer kan gestart worden wanneer er redenen zijn om aan te nemen dat er sprake is van wanbeleid. De verzoeker vraagt de Ondernemingskamer dan om een onderzoek (enquête) in te stellen naar het beleid en de gang van zaken binnen de onderneming.

Onmiddellijke voorziening

Is tegelijkertijd sprake van een impasse tussen de (ex-)echtgenoten, dan kan de Ondernemingskamer daarnaast gevraagd worden om onmiddellijk een voorziening te treffen om deze impasse te doorbreken. Als voorziening kan de Ondernemingskamer bijvoorbeeld een tijdelijke bestuurder aanstellen en/of bepalen dat de aandelen tijdelijk worden overgedragen aan de tijdelijke bestuurder. De tijdelijke bestuurder heeft het daarmee voor het zeggen en kan de impasse doorbreken. De Ondernemingskamer zal een voorlopige voorziening bevelen wanneer de toestand van de onderneming of het belang van het onderzoek dat vereist. Tenzij de Ondernemingskamer heeft bepaald dat de voorlopige voorziening(en) korter zullen gelden, zijn deze van kracht tot het einde van de procedure. 

De praktijk leert dat de voorlopige voorzieningen die de Ondernemingskamer kan bevelen, een effectief middel zijn om een impasse te doorbreken. Wanneer het gaat om een kleine of middelgrote onderneming, is de gang naar de Ondernemingskamer tegelijk vaak een paardenmiddel aangezien het een kostbare procedure is.    

Het bovenstaande laat wel zien dat u er als ondernemer, of als partner van een ondernemer, verstandig aan doet om bij een echtscheiding een familierechtadvocaat in te schakelen die ook oog heeft voor de ondernemingsrechtelijke kant van de echtscheiding. Bij een scheidende ondernemer(s) vloeit het familierecht namelijk al snel over in het ondernemingsrecht. Het is dan van belang dat ook uw familierechtadvocaat ‘feeling’ heeft met het ondernemingsrecht.

Wilt u meer weten over de gang naar de Ondernemingskamer in scheidingssituaties of  heeft u naar aanleiding van het voorgaande vragen? Neemt u dan vrijblijvend contact met een van onze advocaten op. Wij staan u graag te woord.

Gepubliceerd op