Nieuws

De criteria voor het vaststellen van de wilsbekwaamheid bij het opstellen of wijzigen van een testament

De criteria voor het vaststellen van de wilsbekwaamheid bij het opstellen of wijzigen van een testament

De afwikkeling van de nalatenschap van de heer Arend Broekhuis heeft veel stof doen opwaaien in de wereld van het erfrecht. De vermogende heer Broekhuis overlijdt in 2013 en blijkt een jaar voor zijn overlijden zijn testament te hebben gewijzigd, waarbij zijn gehele vermogen wordt nagelaten aan twee goede doelen. De echtgenote en de kinderen van de heer Broekhuis blijven, nadat de inhoud van het laatste testament hen bekend is geworden, verbijsterd achter. De financiële gevolgen van het gewijzigde testament zijn voor hen enorm.

De heer Broekhuis leed volgens de echtgenote en zijn kinderen aan dementie en hij was dus volgens hen in 2012 helemaal niet in staat geweest om te overzien wat de gevolgen waren van het wijzigen van zijn testament.

De notaris, die betrokken was bij de wijziging van het testament, had de heer Broekhuis  geadviseerd onderzoek te laten doen naar zijn wilsbekwaamheid. Dat onderzoek werd door een psychiater verricht. Hij verklaarde de heer Broekhuis wilsbekwaam, maar nam tijdens dit onderzoek geen contact op met de behandelend artsen van de heer Broekhuis.

In de procedures, die de familie van de heer Broekhuis vervolgens tegen de goede doelen aanspande, kwam de vraag aan de orde hoe het nu zat met de wilsbekwaamheid van de heer Broekhuis. Was het onderzoek van de psychiater wel een deugdelijk onderzoek geweest?

De familieleden van de heer Broekhuis moesten in de procedure aantonen dat er van wilsonbekwaamheid aan de zijde van de heer Broekhuis sprake was en daarin slaagden zij volgens de rechtbank niet, hoewel zij diverse bewijsstukken in het geding hadden gebracht, waaruit zou moeten volgen dat de uitkomst van het onderzoek van de psychiater onjuist was. De rechtbank verklaarde het laatste testament van de heer Broekhuis rechtsgeldig. De familie is inmiddels in hoger beroep gegaan van de uitspraak van de rechtbank.

Het komt regelmatig voor dat familieleden zich na het overlijden van een ouder, oom of tante, broer of zus of ander familielid, afvragen of een testament wel rechtsgeldig is, als dit testament is opgesteld of gewijzigd door iemand die ten tijde van de opstelling of wijziging geestelijk niet meer in optimale conditie was.

Voor een antwoord op deze vraag is het belangrijk te weten hoe de notaris bij het opstellen of wijzigen van het testament het zogenaamde Stappenplan Beoordeling Wilsbekwaamheid heeft gevolgd. Dit is een stappenplan dat door de artsenfederatie KNMG is opgesteld.

De notaris moet voor het tekenen van een notariële akte nagaan of degene die tekent, weet waarvoor hij tekent. Als er reden is om daaraan te twijfelen, moet de notaris onderzoek doen naar de wilsbekwaamheid. Er is reden om aan de wilsbekwaamheid van iemand te twijfelen als bijvoorbeeld voldaan wordt aan één of meerdere van de volgende criteria:

  • de hoge leeftijd van degene die een testament opstelt of wijzigt;
  • het bestaan van een bewind over zijn/haar vermogen;
  • het feit dat hij/zij zijn administratie niet meer zelf doet;
  • het feit dat hij/zij niet meer zelfstandig woont;
  • het feit dat hij/zij in een zorginstelling woont;
  • het feit dat iemand Alzheimer heeft, verstandelijk gehandicapt is, depressief is of als er een andere medische indicatie is;
  • het feit dat iemand regelmatig verzoekt zijn testament aan te passen;
  • het feit dat iemand anders het verzoek aan de notaris doet om het testament op te stellen of aan te passen.

In een gesprek onder vier ogen met degene die een testament opstelt of wijzigt, moet de notaris dus vaststellen of iemand wilsbekwaam of wilsonbekwaam is. Aan het oordeel van de notaris wordt door een rechter grote waarde gehecht.

Maar toch kan het zo zijn dat, ondanks het feit dat de notaris het stappenplan heeft gevolgd, de achterblijvende familieleden met vragen blijven zitten omtrent de wilsbekwaamheid. Zij staan voor de moeilijke taak om in een eventuele procedure te bewijzen dat de erflater de gevolgen van zijn laatste testament niet heeft kunnen overzien. Van geval tot geval zal beoordeeld dienen te worden of dit bewijs door middel van verklaringen, of op andere wijze kan worden geleverd. Uit de zaak Broekhuis blijkt hoe moeilijk dit is. Maar onmogelijk is het niet. Het is altijd de moeite waard dit goed na te gaan, zeker als de gevolgen van het testament of de wijziging daarvan voor de achterblijvende familieleden groot zijn.

Het wordt spannend hoe het gerechtshof in de zaak Broekhuis zal oordelen over zijn wilsbekwaamheid. Ik houd u op de hoogte.

Gepubliceerd op