Blog

Noot bij een uitspraak van de Hoge Raad van 27 maart 2020: gezamenlijk gezag.

Noot bij een uitspraak van de Hoge Raad van 27 maart 2020: gezamenlijk gezag.

Voor het tijdschrift Jurisprudentie in Nederland (JIN) editie 2020-4 heeft Monique Beijersbergen onlangs een noot geschreven bij een uitspraak van de Hoge Raad van 27 maart 2020. In deze uitspraak is door de Hoge Raad uitleg gegeven over artikel 1:253c BW en ging het om de vraag of de rechter gezamenlijk gezag kan toekennen indien hij oordeelt dat is voldaan het zogeheten 'klemcriterium'. Artikel 1:253c lid 1 BW bepaalt dat de tot het gezag bevoegde ouder van het kind die nimmer het gezag gezamenlijk met de moeder uit wie het kind is geboren heeft uitgeoefend de rechtbank kan verzoeken de ouders met het gezamenlijk gezag over het kind te belasten. Artikel 1:253c lid 2 BW bepaalt kort gezegd dat het verzoek slechts wordt afgewezen indien:
a. er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering komt; of
b. afwijzing anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

De onder a. genoemde afwijzing wordt in de praktijk aangeduid als het 'klemcriterium' en is overgenomen uit de jurisprudentie. Hoewel de situatie een andere is dan die van ouders die op enig moment (als gevolg van hun huwelijk of geregistreerd partnerschap) gezamenlijk het gezag hebben uitgeoefend, is hier hetzelfde criterium als bij gezag na scheiding van toepassing. In laatstbedoelde situatie is uitgangspunt dat de ouders het gezag over hun minderjarige kinderen gezamenlijk blijven uitoefenen. De rechter kan echter bepalen dat het gezag over een kind aan één ouder toekomt indien is voldaan aan het klemcriterium of wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is (artikel 1:251a lid 1 BW). Hoewel de vertrekpunten van artikel 1:251a BW (gezamenlijk gezag) en artikel 1:253c BW (eenhoofdig gezag) tegengesteld zijn, is in beide gevallen het behoud respectievelijk de verkrijging van gezamenlijk gezag het uitgangspunt en eenhoofdig gezag de uitzondering. In deze uitspraak is door de Hoge Raad bepaald dat de rechter beide keren beoordelingsruimte heeft indien wordt voldaan aan het klemcriterium. Hoewel gezamenlijk gezag het risico in zich bergt dat het kind klem komt te zitten tussen de twee ouders, leidt eenhoofdig gezag ertoe dat de andere ouder geheel uit het leven van het kind wordt geweerd. De rechter moet dan de ruimte hebben om in te schatten welke van de twee kwaden het belang van het kind vermoedelijk het minst zal schaden.

Monique Beijersbergen wordt regelmatig gevraagd om een uitspraak te becommentariëren. Monique is graag bereid u te adviseren over gezagskwesties. Mocht u hulp nodig hebben of vragen hebben naar aanleiding van dit artikel, dan kunt u Monique bellen en een afspraak met haar maken op een van onze kantoren in Den Haag of Amsterdam.

 

Link naar het document

Gepubliceerd op


Heeft u een vraag of opmerking? Laat uw bericht achter.

* verplicht

overige artikelen van deze auteur: